Ga naar de inhoud

woede-weefsel



GENERATIONELE WOEDE (2025-heden) (in progress)
installatie met kledinghangers, kleding & een essay


– – -Woede-weefsel- – –

We zitten met z’n vieren opgeprikt in de serre aan de ronde tafel met het rode kleed, gedekt met het gepoetste zilver. Aan weerszijden mijn vader en mijn broer -hij tien, ik zeven- in rode wollen trui en nette nieuwe blouse. Tegenover zit mijn perfect geklede Oma in een deftig ensemble met glinsterende pailletten. Mijn moeder ligt boven, in bed met migraine. Zoals meestal het geval, al opgebrand in het naderende vuur van te veel spanningen over de komst van haar moeder.
Dit jaar is het onze beurt voor ‘Oma met Kerst’ volgens het zorgvuldig opgestelde familie-rooster, waarop alle, over de vijf zussen en een broer eerlijk verdeelde feestdagen, voor de komende jaren staan vastgelegd. Oma weet van niets. Ruilen onderling mag.

Kerstavond dus. Het is een van de zeldzame keren dat mijn vader, tijdens het opscheppen van de dis, uit zijn slof schiet en me boven de dampende pannen iets toe sist waarmee hij de op hem overgedragen spanning lijkt te doorsnijden. Oma zit met smalle lippen. Ik druk me dieper in mijn stoel en bungel met mijn benen. Ik voel de lucht onder mijn voeten en de knoop waar ik op zit. Ik volg het stiksel op de zacht-katoenen stof, en dwarrel in een patroon van herhaling naar beneden, mee met de vlinders op mijn donkerrode jurk. Zonder mijn moeder valt het weefsel aan deze tafel uit elkaar.  Ik weet eigenlijk niet wie Oma is.

De donkerrode jurk met vlinders vind ik tijdens het ontruimen van mijn vaders zolder terug in een doos met poppen en kleding, tussen een stapel andere jurkjes, van klein naar groot op elkaar gevouwen als een tijdlijn van mijn kinderjaren. Het begint bovenop, met het allerkleinste jurkje, van vergeeld broos katoen, bijna doorschijnend als voor een engel. Langs de boord van hals en mouwen een ingenieus patroon van plooitjes, aan elkaar geregen met blauw stiksel.
Een kwetsbaar handwerk uit een andere tijd, zorgvuldig vervaardigd middels een vergeten techniek -uitgedrukt in het minder gevoelige werkwoord ‘smokken’- een combinatie van zowel ‘rimpelen’ als borduren, waarbij verticale plooitjes door horizontale toeren borduursteken bijeen worden gehouden.

Dit lees ik in een van de drie groen-beige schriftjes met blauwe typografie, die ik ooit op een oude boekenmarkt heb gekocht. Het zijn eenvoudig vormgegeven maar rijk geïllustreerde edities van Stekenboekje; een praktische brochurereeks ter Voorlichting voor de Vrouw met onderwerpen als;  1. naaisteken, 2. knopen en zakken, 3. afwerkingen, biezen, splitten, sluitingen. Uitgebracht door De Commissie voor Huishoudelijke en Gezinsvoorlichting i.s.m. De Stichting voor Huishoudelijke Voorlichting ten Plattelande (toentertijd 30 cent per schrift). De Commissie werd in 1934 opgericht. Taak was het geven van voorlichting aan gezinnen over het voeren van een huishouding, in financieel en materieel opzicht, d.m.v. cursussen, lezingen en demonstraties.
Oma was toen 21 jaar.

Het schrift leert: Wie vlot wil leren naaien, moet zich in de eerste plaats de juiste handgrepen eigen maken. Voor handnaaien is dit het op de goede manier hanteren van naald en vingerhoed – begeleid met blauwe demonstratie-tekeningen van hand en stof en naald en draad: ZO HOORT HET. Controleer of de houding goed is. Ik controleer: mijn houding ten aanzien van deze ‘Toedichting aan de Vrouw’ is Niet goed. Verontwaardigd over het te nauwe pad dat voor haar is uitgestippeld wil ik de tekst transformeren tot een gedicht vol keurige scheldwoorden en beschaafde verwensingen. Als een soort eerbetoon aan mijn jonge Oma (nog liever zou ik haar laten lachen), en binnen de grenzen van haar oude, opgelegde ideeën van fatsoen.

Rolzoom ! halve achtersteek ! omgeslingerde naad !
Zaklap ! knoop in je draadeinde ! stiksteek erin, stofreep.
Brede ritstrekker! stomme serpentinebies
met je loshangend splitbeleg en je overlappende zoomhoek.
Speld, rijg en stik in je onregelmatige rijgsteek
en je gefestonneerde knoopsgat. Klepzak !